ZUID-AFRIKA
Umkomaas - Kaapstad
Duikcentrum en accommodatie:
Umkomaas:
duikcentrum
Blue Wilderness

The Whaler www.whaler.co.za
accommodatie Agulhas
House
Kaapstad: duikcentrum Scuba Shack (Simonstown)
accommodatie Cannon
House
Persoonlijk reisverslag
Deze trip hebben weer in twee stukken geknipt, een
weekje Kaapstad en een weekje Umkomaas.
We kwamen in Kaapstad aan en zijn met volle zon
richting ons guesthouse gereden, welk gelegen was op de heuvel in Simonstown,
met een prachtig zicht op de marinebasis in Simonstown.
Na onze rondleiding in ons guesthouse (wat enorm in de smaak viel) zijn
we richting duikcentrum getrokken waar we twee jaar geleden ook mee gedoken
hadden. Eens in het duikcentrum aangekomen was de sfeer al wat bedrukter toen ze
ons vertelden dat Jan zijn materiaal en zijn softnolime voor zijn rebreather pas
de volgende ochtend zou aankomen. Natuurlijk
was de drang groot om daar onmiddellijk een kantduikje te maken met een prachtig
zonnetje erbij. Geen duiken dus die
dag, dat begon al goed !!!!
De volgende dag was Jan zijn materiaal nog steeds niet
in orde, omdat ze blijkbaar niet op de hoogte waren van de juiste benodigdheden
voor een rebreather. Enkele
telefoontjes en een uurtje later zaten we op de boot voor onze eerste duik.
Jan wou dan met een gewone set duiken, maar daar haperde ook iets aan,
dus besloot hij om de duik te cancellen. Ik
heb dan samen met Steven, een plaatselijke divemaster, gedoken.
Mijn eerste vakantieduik met mijn gloednieuwe Canon EOS 40D.
Groot was de teleurstelling toen ik na enkele macrofoto’s geen flash
meer had. Niets aan te doen
onderwater, dus als resultaat enkel onderbelichte foto’s.
Toen ze me zeiden dat we die dag geen tweede duik
gingen maken gingen mijn haren rechtstaan, alweer maar 1 duik, jongens toch !
De volgende dag hebben we dan uiteindelijk als
buddypaar onze eerste duik kunnen maken; terug op hetzelfde wrak, wat helemaal
niet erg was, want dit wrak is prachtig begroeid en zit vol met naaktslakken en
langoesten. Eens in het water begon de ellende met mijn flash opnieuw, na enkele
keren geflitst te hebben deed hij weer helemaal niks meer.
Ten einde raad kameraad Jo op de hoogte gebracht en die zou voor mij eens
informeren bij Onderwaterhuis wat de oorzaak zou kunnen zijn.
Onze tweede duik gingen we bij “Baboonrock” maken,
dus bij de zeehondjes, hoe raar dat ook mag klinken. Prachtige kleuren, naaktslakjes, speelse zeehondjes, wat wil
je nog meer buiten een goedwerkend fototoestel !!!!
Bij Onderwaterhuis hadden ze verteld dat ik de
TTL-kabels eens moest wisselen, ofwel kon er een druppeltje water in de
connector gekomen zijn, wat soms ook wel dit als resultaat kan geven.
Ondertussen was de wind fel opgekomen, dus dat zag er
niet zo goed uit, met als gevolg dat de volgende dagen de bootduiken allemaal
gecancelled werden. Wederom dus een
dikke teleurstelling; de helft van de eerste week voorbij en nog niets deftig op
foto.
Diezelfde dag zijn we dan naar de Atlantische kust
gereden, waar we toch een goed uurtje mee kwijt waren.
Hier was de wind aflandig, dus goed om te duiken, en we hebben onze duik
dan gemaakt bij “Justine’s Caves”. De
kleuren en begroeiing waren veel minder dan in Valsbaai, ook veel minder vissen,
maar ja, beter dit dan
niks…
De grotjes hadden dan wel weer mooie kleuren, er stond
wel een enorme deining rond de rotsen van “Justine’s Caves”.
Daarna hebben we nog een duikje gemaakt op de “Antipolis”.
Dit wrak steekt nog een stukje boven water.
In het duikcentrum hadden ze ons verteld dat de machinekamer nog vrij
intact was, dus wij op zoek natuurlijk…
Het wrak ligt op een diepte van gemiddeld 8 meter, dus
zeer ondiep. Na een worsteling van
50 meter door metershoog kelpwoud hadden we de machinekamer gevonden.
En inderdaad, je kon er nog rustig doorduiken, maar buiten een
superklipvis was er niet veel te ontdekken.
Langoesten zijn we enorm veel tegengekomen langs de Atlantische kust en
ook naaktslakken zijn hier vrij veel te zien.
Buiten de machinekamer ligt het wrak zowat volledig in puin met af en toe
eens een sepiatje en inktvisje.
Eenmaal toen we terug richting kant doken kwamen we nog
een enorme kwal tegen, met een doorsneden van wel 60cm en lange dikke tentakels,
het leek wel op een Portugees Oorlogsschip.
De afdaling ging blijkbaar toch beter dan de klim naar
boven toe, drie keer ben ik op mijn bek gegaan door de gladde stenen en de klim
van 20 meter in de hoogte duurde dan ook bijna zes keer zo lang dan de afdaling.
Helemaal afgemat kom je dan boven en dan besef je hoe erg het met je
conditie gesteld is !
De volgende dag gingen we normaal launchen vanuit
Houtbaai, maar in de namiddag kregen we telefoon van het duikcentrum dat ook
deze twee bootduiken gecancelled waren omwille van de aanhoudende storm. Dan
maar terug naar de Atlantische kust om toch érgens te kunnen duiken en
“Justine’s Caves” was best
wel mooi.
Als vervolg op onze vorige duik kwamen we in een kamer
terecht van bijna twee keer zo groot als een squashterrein, prachtig begroeid en
met twee uitgangen. Er stond
wel een verraderlijke deining binnenin, waardoor je steeds weer tegen de rotsen
gesmakt werd. Eens aan de rechtse
uitgang gekomen die naar de achterkant van “Justine’s Caves” leidde, bleek
er totaal geen deining meer te zijn. De steile muur bleek dan ook nog vol met
naaktslakken en langoesten te zitten, prachtig !
Om terug te geraken hou je best nog wat lucht in reserve, want door de
rotsformaties en het hoge kelp kom je wel eens op een andere plaats terecht dan
je oorspronkelijk dacht. Ook hier hebben we speelse zeehondjes gezien.
De volgende dag hetzelfde zoals de hele week al, alle
bootduiken gecancelled door de felle wind, dus besloten we om eens naar de
andere kant van Valsbaai te rijden, daar stond de wind toch ook aflandig.
Daar aangekomen gingen we even bij de plaatselijke
bevolking informeren waar we juist moesten zijn, want het boek dat we bijhadden
met de kantduiken van Afrika bleek immers al 15 jaar oud te zijn.
De beschrijving van “sla aan een grindpad linksaf en volg dit tot aan
het water” was dus niet echt voldoende. Vreemd
genoeg had niemand van de duikclub hier ooit gedoken.
Uiteindelijk zijn we dan terechtgekomen bij “Cross”, welke je op
sommige plaatsen langs de kant terugvond. “Ga langs een diepe geul tot bij het
water” klopte, dus we zaten goed. In
het water gaan was geen probleem, gewoon op een golfslag wachten die groot
genoeg was om je direct naar voor te laten vallen en je zo in zee duwde.
Er stond wel een beetje deining, maar ook hier massa’s naaktslakken en
langoesten en ja hoor, zelfs de prachtige klipvisjes die je alleen in Valsbaai
kan terugvinden. Prachtige duik dus
! Uit het water klimmen was dan al iets anders, bij een hoge golf je vastklampen
en wachten tot die golf weg was om dan zo vlug mogelijk een beetje hogerop te
geraken om niet tegen de rotsen te smakken.
Ik was er uiteindelijk net uit geraakt, toen ik Jan hoorde vloeken, ik
denk dat ze het tot aan de andere kant van Valsbaai gehoord hebben.
Hij had buiten zijn rebreather ook nog een stagebottle bij voor in
noodgevallen. Zijn ten lande
geraken was blijkbaar ook niet zo eenvoudig.
Onze tweede duik gingen we bij “Koe en Kalf” maken,
twee rotsen die 50 meter uit de kust lagen.
We hadden ze gevonden, alleen stond er niet bij vermeld dat je een hele
klimuitrusting nodig had om er te geraken.
Echt niet te doen, dus dan maar terug om een duik bij “Cross” te
maken. Hier kenden we de omgeving
ondertussen al, dus konden we al wat verder duiken.
De plaats waar we uit het water waren geklommen bleek intussen veranderd
in een soort van wasmachine, onmogelijk dus om nog aan die inham te geraken.
Dan maar iets gezocht wat min of meer beklimbaar was, we hebben hier echt
stuntwerk verricht in het klimmen !
Nog steeds geen bootduiken door de felle wind, dus
hebben we onze kans maar genomen om bij een van de bekendste duikplaatsen van
Simonstown te gaan duiken. Erger
dan wat we hadden meegemaakt kon gewoonweg niet !
Boven water door het kelp naar de rotsen gezwommen en
ons daar laten zakken. Prachtige
kleuren, naaktslakken, haaien, langoesten, klipvisjes in alle kleuren,
zeesterren en met een deining die uiteindelijk nog heel goed meeviel.
Prachtig dus, alleen spijtig dat we dit op ons eentje moesten ontdekken.
Blijkbaar zijn de oosterschelde-duikers toch een beetje meer gewend dan
anderen, in vergelijking met de plaatselijke bevolking.
Hier hebben we dan ook onze laatste duik gemaakt
voordat we de dag erna naar Durban zouden vliegen. Het was onvoorstelbaar irritant toen we de volgende dag het
weer in Valsbaai zagen ophelderen tot een plattelandszee met een mooie zon
erbij, grrr.
Eenmaal in Durban aangekomen, onze huurauto gaan
oppikken en alweer hetzelfde probleem in het duikcentrum : niets van de vooraf
gevraagde materialen voor Jan was aanwezig, wat toch wel drie keer per mail
gevraagd was en de week ervoor nog telefonisch bevestigd was.
Jan heeft dan beslist om toch maar met fles, jacket en ontspanner te
duiken, zodat hij niets meer zou moeten missen.
De eerste dag hadden we al onmiddellijk prijs, slechts
één duik gemaakt omwille van de wind. Umkomaas
is vrij klein, dus buiten eten, drinken en duiken valt er niet veel te beleven.
De duiken zijn bijna identiek, hier en daar vind je
eens iets speciaals, af en toe een naaktslakje, roggen, koffervissen,
papegaaivissen, …
Maar … daarvoor zijn we niet naar Umkomaas gekomen
… deze keer kwamen we voor de tijgerhaaien en deze keer zaten we wèl in de
goede periode !
De enige manier om deze grote beestjes te lokken is ze
eten geven natuurlijk. De
tigersharkfeeding is heel professioneel en daar komt heel wat bij kijken, er
zijn constant freedivers aan de opper
vlakte om tijdig in te grijpen in geval er iets fout
zou lopen.
Ik
denk dat we aan het begin van onze duik al snel een
30-tal blacktips rondom ons hadden. En
na 15 minuten komt normaal gezien het dominante tijgervrouwtje eerst binnen.
Ze lijken tam en bewegen heel rustig, maar zijn met hun lengte van vier
meter toch wel enorm afschrikkend. Als
ze te dicht komen, moet je ze een tik op hun kop geven, niet op hun bek. Ikzelf heb wel enkele keren een blacktip een mep gegeven met
een van de flitsers. De blacktips
bewegen snel en komen soms recht op je af en draaien dan op een 10-tal cm voor
je neus weg. Aan de oppervlakte
moet je je handen op je lichaam houden en rustig blijven terwijl je naar de boot
toe zwemt. De blacktips komen je af
en toe een duw geven maar dat is gewoon omdat via de boot ook altijd sardines in
het water worden gegooid, ze kennen dat en denken dat je dan ook vis bijhebt.
De tijgerhaaien moet je constant in het oog houden want ze komen uit de
diepte, waar het water een beetje troebeler is.
Tijdens mijn tweede tijgerduik had ik er eentje niet in
het oog en na de duik werd mij verteld wat er gebeurd was.
Ik dacht dat het dragen van gele vinnen tijgerhaaien zou aantrekken
altijd een fabeltje was, maar dat is dus blijkbaar niet zo.
Er kwam dus een tijgerhaai zachtjes naar mijn gele vinnen.
Blijkbaar is het iets zoals een rode doek bij een stier.
Eén van de freedivers zag en wist wat de tijger van plan was en is snel
naar beneden gedoken om hem van mijn vinnen weg te duwen.
Achteraf zeiden ze dat ik gelukkig mocht zijn want het was van “Man,
that was close, we were so scared that something would happen”
Bij deze heb ik de heren toch wel bedankt dat ik mijn
vinnen en benen nog heb !
Voor diegenen die nog een tigersharkfeeding gaan doen,
draag nooit gele of paarse kleuren, nu geloof ik het wèl !!!